Print

Veehouders financieren prijsstijging voedergrondstoffen

Scenario’s voor een nieuwe balans voor de intensieve veehouderij

 De prijzen voor veevoedergrondstoffen als maïs, tarwe, soja en varkensbrok lopen door het dalende aanbod en de toenemende vraag dit jaar sterk op. Varkens- en pluimveehouders dreigen het kind van de rekening te worden van deze prijsverhogingen. Uiteindelijk zullen sommige ondernemers uit nood kiezen voor het inperken van de productie. Feitelijk is dit echter het einde van hun business. De intensieve veehouderij zal dus op zoek moeten naar een nieuwe evenwichtssituatie. Er zijn drie scenario’s mogelijk om deze nieuwe balans te bereiken: daling van de voerprijs, stijging van de consumentenprijs van vlees en eieren en uitval van de Europese productieomvang.

Varkens- en pluimveehouders kind van de rekening

De verhoging van de voedergrondstoffen wordt door de inkopende mengvoerindustrie betaald – en doorberekend. De mengvoerindustrie is vooral op korte termijn gaan inkopen om mismatch te voorkomen. Aan varkens- en pluimveehouders wordt de prijsverhoging in rekening gebracht. Velen betalen die direct (automatisch afschrijven is usance), anderen betalen op termijn. De producenten van biggen, vleesvarkens of eieren kunnen in de meeste gevallen op geen enkele vergoeding rekenen. De vrije markt bepaalt de opbrengstprijs van de producten.

Nu 100.000 euro hogere kapitaalsbehoefte op een vleesvarkenshouderij met 5.000 varkens dan in 2009

Vanaf 2009 heeft een zeugenhouder zijn liquiditeitsbehoefte door het duurdere voer zien oplopen met circa € 70 per gemiddeld aanwezige zeug. Bij de vleesvarkenshouderij is dat bij doorberekenen van de hogere kostprijs van het big gemiddeld € 19,50 per gemiddeld aanwezig vleesvarken. Een bedrijf met 5.000 vleesvarkens heeft daardoor op dit moment een € 100.000 hogere kapitaalsbehoefte dan eind 2009.

Deel dit artikel

Contact voor de media

Arjen Boukema

Relevante links

Documenten bij dit bericht