Woonbericht

Lenteakkoord heeft geen positief effect op koopintentie starters en woningbezitters

Amsterdam, 21 juni 2012

De helft van de koopwoningbezitters en een derde van de starters denkt dat de maatregelen uit het Lenteakkoord geen invloed zullen hebben op hun beslissing om te verhuizen. Voor 33% van de huiseigenaren neemt de kans dat zij een huis willen kopen door de maatregelen enigszins tot sterk af en dat geldt voor een kwart van de starters. De ongewijzigde hypotheekrenteaftrek is voor 46% van de koopwoningbezitters de meest positieve maatregel. Een derde van de starters is juist het meest positief over het vastzetten van de overdrachtsbelasting op 2%. Dat blijkt uit het ING Woonbericht, een terugkerend onderzoek onder starters en koopwoningbezitters naar het vertrouwen in de woningmarkt.

Grafiek: ING Woonindex

 

Vertrouwen in de woningmarkt laag, maar stabiel

Elk kwartaal meet de ING het vertrouwen in de woningmarkt onder potentiële starters en koopwoningbezitters. De weergave van dit vertrouwen – de WoonIndex – staat op 88 punten. Dit is verglijkbaar met het sentiment in het laatste kwartaal van 2011 en die van het eerste kwartaal van dit jaar (89 punten). Een stand onder de 100 betekent dat nog altijd meer mensen negatief dan positief denken over de woningmarkt. Koopwoningbezitters zijn negatiever over hun eigen financiële situatie, terwijl de helft van de starters hierin juist een verbetering verwacht.

Dennis Noordervliet, directeur Marketing Hypotheken ING: “De aangekondigde maatregelen uit het Lenteakkoord hebben niet geleid tot het herstel van het vertrouwen in de woningmarkt. Onze verwachting is dat het herstel voorlopig nog uitblijft. Dit komt enerzijds door de algehele economische omstandigheden waardoor consumenten terughoudend zijn. Anderzijds doordat de maatregelen voor de woningmarkt uit het Lenteakkoord pas ná de verkiezingen in september behandeld worden in de Tweede Kamer. “

Aanpak scheefhuurders draagt bij aan oplossing

Koopwoningbezitters (55%) en starters (66%) zijn het erover eens dat de maatregelen gunstiger zijn voor huiseigenaren dan voor starters. Het Lenteakkoord bevat bovendien maatregelen op de huurmarkt die starters in beweging kunnen brengen. Noordervliet: “De maatregel dat huurders met een inkomen tussen de 33.000 en 43.000 euro meer huur moeten gaan betalen, is begrijpelijk niet erg populair maar wel effectief. Voor één op de vijf starters heeft deze maatregel de meeste invloed gehad op hun intentie om een huis te kopen. Huren wordt immers de komende jaren duurder”. Ook de ING ziet in de aanpak van de scheefgetrokken huurmarkt een deel van de oplossing voor het vlottrekken van de woningmarkt. Noordervliet: “Op dit moment komen de goedkopere huurwoningen niet beschikbaar voor mensen die nog geen eigen huis kunnen financieren. De wachtlijsten lopen flink op doordat huurders met een hoger inkomen niet doorstromen naar een koopwoning.“

Helft consumenten die zich oriënteert brengt bod uit

De helft van de koopwoningbezitters en starters die zich oriënteren op de woningmarkt, brengt nu ook daadwerkelijk een bod uit. Dat is een verdubbeling van het aantal starters dat in het eerste kwartaal een bod uitbracht (was 25%). Noordervliet: “Starters die zich oriënteren zijn dus serieus op zoek.“ Bijna een kwart van de starters (23%) en 19% van de koopwoningbezitters geeft aan dat het vastzetten van de overdrachtsbelasting op 2 procent de meeste invloed heeft gehad op de beslissing om een huis te kopen. De ongewijzigde hypotheekrenteaftrek is voor 22% van de huizenbezitters en 15% van de starters het meest doorslaggevend om nu te verhuizen.
De meerderheid van de koopwoningbezitters wil echter eerst hun eigen woning verkopen (66%). Een minderheid (34%) verwacht dat hun huis bij verkoop binnen een halfjaar verkocht zal zijn. Toch is het aantal woningbezitters dat denkt dat hun huis makkelijk te verkopen is, vergelijkbaar met het vorige kwartaal (25%). Wanneer starters geen bod uitbrengen komt dat doordat zij de economie nog te onzeker vinden (30%) of zij wachten op een verdere daling van de huizenprijzen (27%).

Vermogen opbouwen wint aan populariteit

Vermogen opbouwen om de hypotheek na dertig jaar af te lossen is voor het derde opeenvolgende kwartaal stabiel (61%). Hiervan maakt voor 78% het opbouwen van vermogen een vast onderdeel uit van de hypotheek. Voor het resterende kwart geldt dat zij hoofdzakelijk (52%) vermogen opbouwen omdat zij geen schulden wensen te hebben of omdat zij maandelijks geld overhouden (36%). Bij 9% van de hypotheekbezitters is de woning minder waard geworden en willen zij geen restschuld overhouden en 5% wil de woning binnenkort verkopen.