Sparen voor de AOW
Amsterdam, 16 maart 2009
Er is een kans dat het kabinet de AOW-leeftijd naar 67 jaar verhoogt. Wie dan toch met 65 jaar uittreden moet zelf bijsparen: tientjes tot meer dan 100 euro per maand. Jongeren zijn het gunstigst af omdat hun inleg langer kan renderen.
Het kabinet onderhandelt over een pakket om de crisis aan te pakken. Om de economie weer aan de praat te krijgen, is op korte termijn een stimulans nodig, bijvoorbeeld door te investeren in wegen en bruggen. Het is in de huidige economische situatie beter als de rekening daarvan even blijft liggen, anders zouden belastingverhogingen of bezuinigingen het economisch herstel belemmeren. Toch moet de rekening uiteindelijk worden betaald. Onder andere om de kosten van de vergrijzing te betalen moet de overheid haar huishoudboekje op orde brengen. Een optie die op de onderhandelingstafel ligt, is een geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Het komt erop neer dat de overheid nu de economie extra kan stimuleren als er straks minder geld nodig is voor AOW-pensioenen. Mensen die toch met 65 jaar willen stoppen met werken, zullen dan zelf geld opzij moeten leggen.
Wanneer met pensioen?
Uiteraard is nog onbekend of de AOW-leeftijd omhoog gaat en hoe de regeling er precies uit zou zien. Toch valt wel een grove inschatting te maken van de financiële gevolgen. Stel dat de AOW-leeftijd met ingang van 2011 elk jaar met een maand omhoog gaat. Dan duurt het tot 2034 voor uiteindelijk de pensioenleeftijd van 67 jaar is bereikt. Mensen die nu 52 zijn krijgen dan op hun 66e AOW. Iedereen die nu 41 of ouder is krijgt nog (net) voor het 67e levensjaar staatspensioen. Voor mensen van 40 jaar of jonger geldt de nieuwe leeftijd. Om toch op hun 65e te stoppen, zullen zij het meeste geld opzij moeten leggen.
Een eigen potje voor de AOW
Als beide partners boven de 65 jaar zijn dan krijgen ze elk een AOW-uitkering ter hoogte van 50% van het minimumloon. Inclusief vakantiegeld komt dat bruto neer op ongeveer 1450 euro per maand. Zonder aanvullend pensioen houden zij hier netto 1350 euro van over, of 16.000 per jaar. Als op dit ogenblik de AOW-leeftijd 67 was, dan zouden werknemers die toch op hun 65e al willen stoppen dus een spaarpot van 32.000 euro nodig hebben. De AOW-leeftijd zal echter niet van de ene op de andere dag naar 67 gaan. In ons voorbeeld duurt dat 24 jaar. Alleen de huidige veertig-minners zien hun pensioenleeftijd de volle twee jaar opschuiven. Oudere werknemers hoeven minder bij elkaar te sparen om toch met 65 jaar uit te treden.
Loonstijging en rente relevant
Hierboven hebben we nog geen rekening gehouden met de jaarlijkse stijging van de AOW-uitkeringen. Die is gelijk aan de gemiddelde jaarlijkse loonstijging en die bedroeg de afgelopen 30 jaar 2,5%. Als dat de komende decennia ook zo is dan ontvangt een AOW-stel in 2034 een bedrag van 29.000 euro per jaar (in plaats van 16.000 euro). Ook de kosten van twee jaar vervroegde uittreding stijgen dus navenant. Wie spaart voor vervroegde uittreding heeft het voordeel dat er in de tussentijd rente ontvangen wordt over de inleg. Vooral voor de jonge generaties is een hoge rente gunstig, want zij kunnen er langer van profiteren. Voor de groep die al bijna 65 is, maakt het niet zoveel uit.
Rentescenario’s
Op dit moment ligt de tienjaarsrente op Nederlandse staatsschuld onder de 4%, maar in de jaren tachtig bedroeg de rente gemiddeld 8,2%, in de jaren negentig 6,7% en de laatste tien jaar 4,4%. Voor een 63-jarige – die zou moeten sparen voor één verloren maand AOW in 2011 – betekent het dat hij of zij in de tussentijd 55 tot 56 euro per maand opzij moet leggen. Voor een 55-jarige maakt de rente een groter verschil. Om negen maanden AOW bij elkaar te sparen moet hij per maand tussen de 86 euro (bij 8,2% rente) en 103 euro (bij 4,4% rente) sparen. Vooral de jongeren zijn afhankelijk van de rente. Veertigjarigen moeten bij een hoge rente 65 euro opzij leggen, bij een lage rente 46 euro meer: 111 euro. Voor twintigers scheelt het zelfs de helft: 19 euro of 40 euro per maand. Hoe de rente uiteindelijk ook zal zijn, vertaald naar de portemonnee betekent een verhoging van de AOW-leeftijd dus op zijn minst een lastenverzwaring van enkele tientjes per maand.
© 2009 ING Economisch Bureau


