Besparen door langer doorrijden
Amsterdam, 20 juli 2009
Consumenten zijn 200 euro per maand kwijt aan autokosten. Besparen op hun autokosten doen consumenten vooral door langer door te rijden. Een kwart vindt het OV nooit een alternatief voor de auto. Wel zien vier op de tien respondenten graag alleen schone auto’s in de binnenstad.
De auto blijft de gemoederen bezig houden. Verleden jaar de torenhoge benzineprijzen, recent de slooppremie en binnenkort een autoluwe binnenstad? Het ING Economisch Bureau stelde consumenten een week lang vragen over de ‘heilige koe’. Wat kost hun vierwieler per maand? En waar letten consumenten vooral op bij aanschaf? Hoe kijken ze aan tegen de recente plannen om alleen schone auto’s toe te laten in de binnensteden? Gemiddeld beantwoordden 57.000 respondenten per dag de ING Vraag van Vandaag.
Autokosten 200 euro per maand
Automobilisten geven aan al snel een paar honderd euro per maand kwijt te zijn aan autokosten. Ruim 28% van de gepeilde bezoekers schat tot 150 euro per maand aan totale autokosten te hebben. Bij een derde (34%) gaat het om een bedrag tussen de 150 en 300 euro. Een groep van 12% is tussen de 300 en 450 euro kwijt en 9% meer dan dat. Gemiddeld komen de autokosten net onder de 200 euro uit. Dat is iets lager dan de respondenten een jaar geleden inschatten. Hoewel de autokosten de afgelopen jaren flink zijn gestegen (zie ook het artikel Autokosten harder omhoog dan inflatie) en afgelopen januari ook bijvoorbeeld de motorrijtuigenbelasting en de toltarieven flink zijn gestegen, liggen de brandstofprijzen nu ruim onder het niveau van een jaar geleden. Deze laatste, voor consumenten goed zichtbare prijsdaling, zorgt er zelfs voor dat de autokosten voor veel autobezitters de afgelopen twaalf maanden juist zullen zijn meegevallen.
Opletten bij aanschaf
Een derde (33%) let bij de aanschaf van een auto het meest op de maandelijkse kosten. Voor de helft (50%) van de respondenten is de prijs van de auto het belangrijkste. Vaak zullen een hogere aanschafprijs en hogere maandelijkse kosten gelijk op gaan. Zo is een ruimere auto in aanschaf vaak duurder, maar tegelijkertijd ook zwaarder en er zal dus voor een ruimere auto meer belasting moeten worden betaald dan voor een compact model. In andere gevallen bestaat er wel een uitruil tussen de aanschafprijs en de maandelijkse kosten. Zo zijn auto’s met een dieselmotor in de regel duurder dan benzineauto’s. Bij de keuze voor een diesel speelt het verwachte aantal te rijden kilometers per jaar een belangrijke rol. Hoe hoger dit aantal kilometers des te eerder is de hogere aanschafprijs voor de dieselauto (en de hogere belasting) terugverdiend vanwege de lagere dieselprijzen.
Pompprijzen goed bekend
Hoe goed zijn consumenten eigenlijk op de hoogte van de benzineprijs? Vier op de tien respondenten (41%) kent de brandstofprijs zelfs op de cent nauwkeurig. Een iets grotere groep van 43% kent de brandstofprijs wel zo ongeveer. Dat betekent dat in totaal 84% redelijk tot goed op de hoogte is van de brandstofprijs. De overige 16% van de respondenten hebben of geen idee hoeveel een liter brandstof kost of ze hebben geen auto en zullen zich waarschijnlijk daarom minder bewust zijn van de brandstofprijzen. Overigens bedraagt de prijs van een liter benzine op dit moment 1,35 euro en voor een liter diesel betaalt een automobilist 0,99 euro. Dat is respectievelijk ruim 30 en 50 eurocent minder dan een jaar geleden.
Besparen door langer doorrijden
De auto is niet zo populair om op te bezuinigen. De vakantie- of kledinguitgaven zien de meesten als geschiktere besparingsmogelijkheden. Maar als het dan toch moet, op welke kosten zouden automobilisten dan vooral besparen? Gesteld voor de keuze tussen langer afschrijven, minder rijden, onderhoud of verzekering kiezen de meeste respondenten voor het eerste: vier op de tien (39%) zou langer afschrijven en rijdt dus om te besparen langer door in hun huidige auto voordat ze een nieuwe aanschaffen. In totaal 9% ziet vooral besparingsmogelijkheden bij de verzekering of het onderhoud. Ruim een derde (36%) kiest ervoor om minder te gaan rijden als er bespaard moet worden. Wellicht hebben zij dan wel een goedkoper alternatief achter de hand, zoals de fiets.
Kwart vindt OV nooit een alternatief
Als alternatief voor de auto wordt vaak het openbaar vervoer genoemd. Toch ziet bijna een kwart (23%) van de respondenten dit ‘nooit’ als serieus alternatief voor de auto. Ruim de helft (54%) vindt het OV ‘soms’ een serieuze mogelijkheid en 15% ‘meestal wel’. Voor een groep van 8% is het openbaar vervoer altijd een serieus alternatief.
Alleen schone auto’s in de binnenstad
In verschillende Nederlandse gemeenten worden experimenten gelanceerd om bezitters van schone auto’s niet te laten betalen voor een parkeervergunning. Daarnaast zijn er plannen in de maak om op termijn alleen schone auto’s in de binnenstad toe te laten. De helft (51%) van de respondenten op de ING Vraag van Vandaag vindt niet dat schone auto’s het alleenrecht moeten krijgen in de binnensteden. Toch ziet vier op de tien respondenten (39%) wel heil in maatregelen die de binnensteden alleen maar toegankelijk maken voor schone auto’s. Voor automobilisten die dan wel toegang hebben tot de binnenstad zouden op korte termijn de parkeerproblemen wel eens een stuk minder kunnen worden.
© 2009 ING Economisch Bureau


