Kopersmarkt
Amsterdam, 18 augustus 2009
De behoefte om te verhuizen is groot, al blijkt dat niet uit het lage aantal woningverkopen. Een kwart van de respondenten wil binnen vijf jaar een huis kopen. De huren gaan volgens hen harder omhoog dan de inkomens en huizenprijzen.
Op dit moment ligt het aantal huizenverkopen laag, maar bijna een kwart van de consumenten geeft aan binnen vijf jaar een huis te willen kopen. Dat blijkt uit de ING Vraag van Vandaag, die vorige week geheel in het teken stond van de huizenmarkt. Gemiddeld reageerden 52.000 respondenten per dag op vragen over de woningmarkt nu en in de toekomst.
Kopersmarkt
Momenteel is de huizenmarkt erg rustig. Zowel het aantal verkopen als de prijzen zijn lager dan vorig jaar. De situatie is gunstig voor kopers van huizen. Het woningaanbod is gegroeid, waardoor er meer keuze is. Woningen staan lang te koop en dat geeft kopers de tijd rond te kijken zonder dat een ander het droomhuis voor hun neus wegkaapt. Bovendien valt er in de huidige markt vaker te onderhandelen over de prijs. Volgens de respondenten op de ING Vraag van Vandaag is er sprake van een kopersmarkt. Driekwart (76%) geeft aan dat de kopers het momenteel voor het zeggen hebben op de woningmarkt. Toen wij deze vraag vorig jaar stelden, had ‘slechts’ zes op de tien (60%) respondenten die mening.
Verhuizen blijft gewild
Het aantal verhuizingen lag volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in het tweede kwartaal ruim 10% lager dan een jaar eerder. Een belangrijke oorzaak is het gedaalde aantal woningverkopen. Toch blijft er een behoorlijk animo om de komende tijd te verhuizen. Een groep van 37% van de respondenten op de ING Vraag van Vandaag verwacht binnen vijf jaar ergens anders te wonen. Uiteraard zijn dat niet allemaal huizenkopers – het gaat ook om huurders of mensen die bij iemand intrekken.
Waarom verhuizen?
Waarom verhuizen mensen eigenlijk? Een op de vijf (21%) respondenten noemt een verandering van inkomen als belangrijkste reden om binnen vijf jaar ergens anders te gaan wonen. Bij een ander inkomen, of dat nu hoger of lager is, passen nu eenmaal andere mogelijkheden op woongebied. Verandering van gezinssamenstelling doet ook vaak ‘verkassen’. Een op de zeven (15%) noemt een kleiner huishouden als belangrijkste verhuisreden, denk aan echtscheiding of uitvliegende kinderen. Een groter huishouden, denk aan gezinsuitbreiding, is voor 15% de hoofdreden om ergens anders te gaan wonen. Een op de tien (10%) noemt een baan in een andere regio. Dat is duidelijk minder dan vorig jaar (12%). Mogelijk zijn werknemers in de huidige arbeidsmarkt minder geneigd de sprong te wagen naar een andere regio. Daarbij kunnen werkgevers hun personeel nu überhaupt makkelijker in eigen regio vinden.
Kwart wil kopen
De komende vijf jaar zou er genoeg vraag moeten zijn op de huizenmarkt. Van de respondenten geeft bijna een kwart (23%) aan op die termijn een huis te willen kopen. Als een kwart van de gezinnen inderdaad een huis zou kopen dan zou het gaan om 1,6 miljoen transacties in vijf jaar, zo’n 60% meer dan in de laatste vijf jaar. Of dat ook gebeurt is natuurlijk de vraag. Niet iedereen zal zijn woorden in daden omzetten. De uitslag toont in ieder geval dat er nog altijd een grote behoefte is aan koopwoningen. Met andere woorden, de slapte op de woningmarkt heeft vooral te maken met de huidige economie en niet met een blijvend lage vraag naar huizen.
Huizenprijzen langzaam omhoog
De komende tien jaar zullen de huizenprijzen volgens de respondenten maar mondjesmaat stijgen. Een groep van 18% verwacht een gemiddelde stijging per jaar van meer dan 5%. Vier op de tien (40%) denkt dat de stijging lager uitvalt. Volgens 18% blijven de huizenprijzen per saldo gelijk, terwijl in totaal een kwart (24%) denkt dat huizen over tien jaar goedkoper zullen zijn dan nu. Per saldo gaan de respondenten er vanuit dat de huizenprijzen stijgen met ongeveer 1% per jaar. Vorig jaar gingen zij nog uit van een gemiddelde van 2% per jaar. Het ING Economisch Bureau verwacht dat na prijsdalingen dit jaar en volgend jaar de huizenprijzen op lange termijn met zo’n 4% per jaar zullen stijgen – in lijn met de gemiddelde economische groei plus de inflatie.
Lichte stijging inkomens
Respondenten zijn niet erg optimistisch over hun inkomen de komende tien jaar. Een kwart (24%) verwacht er 3% of meer op vooruit te gaan per jaar. Vier op de tien (38%) gaat uit van een jaarlijkse stijging tot 3%, terwijl een derde (33%) van de respondenten denkt dat het inkomen gelijk blijft of daalt. Per saldo komt de verwachting neer op 1% tot 1,5% inkomensgroei per jaar. Dat is iets meer dan de stijging van de huizenprijzen waar respondenten vanuit gaan. De verwachte inkomensstijging is overigens somber. Op lange termijn zou 1% tot 1,5% namelijk niet genoeg zijn om de inflatie bij te houden en dat betekent dat er steeds minder gekocht kan worden met het inkomen. Het ING Economisch Bureau gaat er vanuit dat de inkomensgroei op lange termijn zo’n 4% bedraagt.
Hogere huur
De huren gaan de komende tien jaar harder omhoog dan de huizenprijzen volgens de respondenten op de ING Vraag van Vandaag. Bijna de helft (45%) ziet de huren met 3% of meer per jaar stijgen. Ruim een derde (36%) houdt het op 2% tot 3%. Volgens een op de vijf (19%) blijft de huurstijging gemiddeld onder de 2%. Per saldo gaan de respondenten uit van een huurstijging van ongeveer 3%. Dat is meer dan de verwachte inkomensstijging. De respondenten gaan er kennelijk vanuit dat de huur een steeds groter deel van het inkomen opslokt.
© 2009 ING Economisch Bureau


