Nieuws en Kennis

Oranje in Zuid-Afrika

Amsterdam, 28 juni 2010

Het WK-voetbal vindt dit jaar plaats in Zuid-Afrika.Door dit grote toernooi te organiseren, kan het land zich presenteren aan de wereld en daar mogelijk zelfs economisch van profiteren. Daarnaast levert het ook kansen op voor Nederlandse ondernemers. Alle reden om in deze aflevering van WK-nomie de Zuid-Afrikaanse economie onder de loep te nemen.

De passie voor voetbal is overal ter wereld anders. Brazilianen en Portugezen zijn bereid om het diepst in de buidel te tasten voor een eindoverwinning van hun nationale trots (respectievelijk 813 en 368 euro). Nederlanders zijn met een bedrag van 47 euro een stuk zuiniger, maar minder terughoudend dan de Duitsers en Japanners. Bovendien hebben Nederlanders flink meer over voor de WK-titel dan twee jaar geleden voor de EK-titel, die ons 30 euro waard was. De beleving en waarde die inwoners aan de titel hechten lijken mede samen te hangen met het maatschappelijk belang dat voetbal in een land heeft. Brazilianen en Argentijnen hopen het meest op een profvoetbalcarrière voor hun zonen. Van de Duitsers en Japanners kiest slechts 7% daarvoor. Nederlanders zien hun zonen het liefst directeur van een bedrijf worden. De profvoetbalcarrière staat bij ons op de derde plek.

Minder welvaart, maar regionaal koploper

Hoewel Zuid-Afrika drie keer zoveel inwoners telt als Nederland (49 miljoen tegen 16,5 miljoen) is de economie bijna drie keer zo klein. Dat verschil wordt gehalveerd als we rekening houden met de lokale prijzen. Hoewel minder welvarend dan Nederland, is Zuid-Afrika regionaal gezien een economische grootmacht. Zuid-Afrika was vorig jaar het rijkste land van Afrika. Wel zijn de werkloosheid en de inflatie, zeker in vergelijking met ons eigen land, erg hoog. Hoewel Zuid-Afrika snel uit de recessie is gekomen, zetten de HIV epidemie, uitstroom van kapitaal en kennis (‘braindrain’) de economische groei onder druk.

Export naar Zuid-Afrika ruim 1 miljard

De afgelopen jaren zorgde de organisatie van het WK-voetbal vanwege de aanleg van infrastructuur – stadions, wegen – voor een flinke economische impuls. Tijdens het toernooi zal vooral de toeristische sector profiteren. Juni en juli, normaal gesproken dalmaanden voor het Zuid-Afrikaanse toerisme, kunnen zelfs de topmaanden van 2010 worden. Dit jaar kunnen de Zuid-Afrikanen 350.000 tot 400.000 extra bezoekers tegemoet zien, die ruim 3.000 euro per persoon uitgeven. Het toernooi levert in 2010 naar schatting 0,5% extra economische groei op. Deze economische impuls is niet gratis: de overheid moet er geld voor lenen. Of die investering zich terugverdient, hangt ook af van de effecten op langere termijn. De verbeterde vliegvelden en de nieuwe 80 kilometer lange Gautrain hogesnelheidsverbinding tussen Johannesburg en Pretoria kunnen ook na het toernooi hun vruchten afwerpen. Mogelijk kan ook op de lange termijn het toerisme een impuls krijgen.

Scoringskansen Nederlandse ondernemers

Het WK heeft al de nodige kansen opgeleverd voor Nederlandse ondernemers. Zo heeft de bouwsector kunnen profiteren van grote infrastructurele projecten en bouwde Koninklijke BAM mee aan twee stadions. Twee stadions zijn vanuit Nederland ook voorzien van grasmatten. De reiswereld ziet de vraag naar de bestemming Zuid-Afrika stijgen en kan daar natuurlijk op inspringen met allerlei speciale WK-reizen. Wel is de extra vraag veel minder dan bij een WK in Europa. Ook na het WK blijven er kansen voor ondernemend Nederland in Zuid-Afrika. Het land heeft de nodige uitdagingen op het gebied van waterbeheer. Net als in Nederland speelt de transportsector een belangrijke rol in de Zuid-Afrikaanse economie. Op deze gebieden heeft Nederland veel kennis.

Zie het volledige onderzoek Oranje in Zuid-Afrika

© 2010 ING Economisch Bureau