WK-nomie Deel 2: Oranje ondernemen (mei/juni, 2010)
Amsterdam , 07 juni 2010
Nederlandse ondernemers zullen de komende tijd merken dat consumenten en werknemers in de ban zijn van het WK Voetbal in Zuid-Afrika. Ondernemers kunnen – en zullen – inspelen op de Oranjekoorts, maar kunnen er ook last van ondervinden op de werkvloer. In deze tweede aflevering van WK-nomie gaat het ING Economisch Bureau in op hoe dit uitpakt voor de verschillende sectoren.
De Oranjescore van sectoren
De detailhandel en horeca zijn het meest Oranjegevoelig. Ondernemers in deze sectoren kunnen hun omzet zien stijgen, maar dat is mede afhankelijk van de prestaties van Oranje op het veld. Daarna is de bouw het meest Oranjegevoelig. Dit komt niet door extra omzet, maar juist door een lagere productiviteit op de werkvloer.
Hoewel bouwondernemers extra optimistisch zijn, ligt de bouwproductie in juni juist lager in toernooi-jaren. De publieke sector en de zakelijke dienstverlening merken in hun klantvraag en op de werkvloer het minst van het WK.
Horeca: één miljoen Oranjefans aan het bier
Binnen de horeca ondervinden niet alle segmenten evenveel invloed van het WK voetbal. Voor de hotels is het vooral ‘business as usual’, terwijl er voor restaurants en cafés echts iets te winnen of verliezen is. Vooral voor cafés liggen er kansen. Driekwart van Nederland is van plan om wedstrijden van Oranje te gaan kijken. Dat zijn bijna 10 miljoen volwassen voetbalkijkers. Van alle Nederlanders boven de 18 geeft een op de twaalf (8%) aan in de kroeg te gaan kijken. Het gaat dus om één miljoen ‘kroegkijkers’.
Meld u aan om de actuele publicaties van het ING Economisch Bureau in uw mailbox te ontvangen.


