Print

ING Woonbericht: Vertrouwen in woningmarkt daalt fors

Woningbezitters ervaren klussen aan woning niet als last

Het vertrouwen in de woningmarkt is in het vierde kwartaal van 2018 fors gedaald. De WoonIndex staat met een stand van 102 punten op het laagste punt sinds de dalende trend in 2016 werd ingezet. De index bevindt zich nu op hetzelfde niveau als in 2013 toen het vertrouwen na de financiële crisis net weer omhoog klom. De reden voor het lage vertrouwen is nu anders, namelijk de schaarste op de woningmarkt. Potentiële starters op de woningmarkt lopen op de trend vooruit. Hun vertrouwen in de woningmarkt duikt voor het eerst sinds 2013 onder de grens van 100 punten.

Veel respondenten van het ING Woonbericht, zowel woningbezitters als starters, geven aan dat ze het een ongunstige periode vinden om een woning te kopen. Ook verwachten ze dat het aantal woningverkopen zal afnemen. Wim Flikweert, manager Wonen ING: “Ook in 2019 zal het sentiment op de woningmarkt waarschijnlijk verder dalen, omdat de prijzen hoog blijven en het aantal beschikbare woningen beperkt is. Voor een belangrijke groep, de potentiële starters, is de schaarste op de woningmarkt extra vervelend. Ze hebben moeilijk toegang tot de koopmarkt, terwijl ze wel heel graag willen.”

Klussen wordt niet als last ervaren

Dat een eigen woning onverminderd populair is, blijkt ook uit de vragen die in het onderzoek zijn gesteld over het onderhoud aan de woning. Er wordt veel geklust, maar dit wordt niet als last ervaren. Maar liefst 91% van de woningbezitters heeft de afgelopen vijf jaar klussen uitgevoerd aan de woning. In ruim de helft van de gevallen deden ze de klussen, zoals schilderwerk binnen en buiten, dakgoten schoonmaken en lampen ophangen, zelf of samen met bekenden. Voor met name de grote klussen als badkamers en keukens plaatsen, schilderwerk buiten en vloeren leggen worden professionals ingehuurd.

Een op de tien woningbezitters klust echt voor zijn plezier en een derde doet dit om er geld mee te besparen. Voor ruim de helft is het een combinatie van lol en besparing. Flikweert: “We zien dat 63% van de woningbezitters het niet erg vindt om te klussen. Bij starters ligt het op ongeveer hetzelfde niveau. Klussen is ook voor hen geen reden om af te zien van het kopen van een eigen woning. Slechts 18% van de starters ziet het onderhoud echt als een nadeel, in vergelijking met 13% van de woningbezitters. In de praktijk valt het zelfs dus mee.”

Wie klust er?

Klussen in de eigen woning is vooral besteed aan mannen. 68% van de woningbezitters geeft aan dat de man klust, bij 18% worden de klustaken verdeeld en bij 14% klust de vrouw. Het percentage vrouwelijke klussers neemt nauwelijks toe bij de jongere generatie onder de 40 jaar. In z’n totaliteit kunnen we concluderen dat jongeren minder klussen dan ouderen: onder de 40 jaar klust 34% meer dan zijn ouders, boven de 40 jaar ligt dat percentage op 44%. Flikweert: “Opvallend is dat ouders hun kinderen vaak bijstaan bij het klussen (36%), terwijl andersom slechts 14% van de kinderen hun ouders helpt bij het onderhoud van de woning. De kinderen staan daarmee op hetzelfde niveau als de buren. Wat hulp bij klussen betreft heb je meer aan andere familieleden (42%) en vrienden (50%).

Citaten

“Ook in 2019 zal het sentiment op de woningmarkt waarschijnlijk verder dalen, omdat de prijzen hoog blijven en het aantal beschikbare woningen beperkt is. Voor een belangrijke groep, de potentiële starters, is de schaarste op de woningmarkt extra vervelend. Ze hebben moeilijk toegang tot de koopmarkt, terwijl ze wel heel graag willen.”

Wim Flikweert - Manager Wonen ING

Deel dit artikel

Contact voor de media

Documenten bij dit bericht