Economische berichten

Ouderen profiteren minst van economisch herstel

Amsterdam, 17 juni 2015 – Terwijl de Nederlandse economie herstelt en het consumentenvertrouwen stijgt, blijven 65-plussers relatief somber. De koopkracht van veel ouderen staat onder druk. Hun pensioenen stijgen niet met de prijzen en lonen mee en belastingvoordelen worden afgebouwd. De meerderheid van de respondenten op de ING Vraag van Vandaag (58%) is van mening dat ouderen het minst profiteren van het economisch herstel. Ondanks dat de koopkracht van ouderen momenteel onder druk staat, zijn ze wel relatief welvarend. Het aantal ouderen met een laag inkomen is de laatste decennia bovendien sterk afgenomen.

Economie herstelt, vertrouwen hoger

De Nederlandse economie veert op. Het ING Economisch Bureau raamt een groei van 2,0% voor dit jaar. De uitvoermotor draait, de woningmarkt herstelt en het vertrouwen onder consumenten is gestegen tot boven nul. De laatste keer dat consumenten per saldo positief gestemd waren was in 2007, vlak voor het uitbreken van de crisis. Vergeleken met andere Europeanen zijn Nederlanders inmiddels weer behoorlijk optimistisch gestemd. Vooral Nederlandse jongeren en jongvolwassenen zien het zonniger in. Ouderen in Nederland zijn nog somber, bijna net zo somber hun leeftijdsgenoten in de rest van Europa.

Koopkrachtwinst voor jongeren, ouderen gaan er op achteruit

De koopkracht van veel jongeren en jonge gezinnen neemt toe door de combinatie van stijgende lonen en de lage inflatie. Jongeren profiteren ook van het herstel op de arbeidsmarkt: er zijn 30 duizend minder jongeren werkloos dan een jaar geleden. Voor 65-plussers is de situatie anders. De stijging van hun pensioenuitkeringen blijft al jaren achter bij de inflatie. Door de lage rentestand zullen veel pensioenfondsen ook de komende tijd hun uitkeringen niet volledig met de loon- en prijsontwikkeling mee kunnen laten stijgen (indexeren).

Ouderentoeslag verdwijnt

Ook nieuwe maatregelen zetten de koopkracht van ouderen onder druk. Op dit moment mogen ouderen met een laag inkomen meer spaargeld aanhouden dan anderen, zonder daar belasting over te betalen. Volgend jaar verdwijnt deze zogenaamde ‘ouderentoeslag’. Daarnaast zal de ouderenkorting worden verlaagd. Des te lager deze korting, des te hoger het inkomen waarover ouderen inkomstenbelasting moeten betalen. Minder korting betekent zo dus meer belasting. Respondenten op de ING Vraag van Vandaag onderkennen de positie van ouderen: een duidelijke meerderheid (58%) is van mening dat ouderen het minst profiteren van het economisch herstel. Van de economische opleving profiteren volgens hen met name 25-45 jarigen:

Weinig armoede onder ouderen

Hoewel veel ouderen hun koopkracht zien afnemen, hebben zij vaak een flinke ‘appel voor de dorst’ achter de hand. Een doorsnee 65-plus huishouden beschikte in 2013 over bijna 100 duizend euro aan vermogen, waarvan 23 duizend euro op de (spaar)rekening. Hedendaagse ouderen zijn daarmee niet alleen flink rijker dan jongeren, maar ook rijker dan de generaties ouderen voor hen. Ook het inkomen van ouderen nu ligt fors hoger dan dat van eerdere generaties, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS): in 2003 beschikte een gemiddeld 65-plus huishouden bijvoorbeeld over een besteedbaar inkomen van 23 duizend euro per jaar. In 2013 hadden ouderen op jaarbasis een kwart meer te besteden (ruim 28 duizend euro). Daarbij daalt het aantal ouderen met een laag inkomen: het aandeel ouderen met alleen een AOW-uitkering, huurtoeslag en maximaal 250 euro aan aanvullend (pensioen)inkomen is tussen 2000 en 2012 afgenomen van 22% tot 15%.
© 2015 ING Economisch Bureau

Contact

Deel deze pagina